Perceval – andere wijn van de berg


Op het land waar de gallische Allobrogen al wijn maakten, zelf en onder leiding van de Romeinen waar Plinius de Oudere de Mondeuse (vitis allobrogica) al bezong…
Daar startte Jean-Baptiste Perceval, de overgrootvader, in 1910 met wijnmaken middenin het grootste wijngebied van de Savoie aan de voet van de Franse Alpen. Drie generaties later heeft in 1994 Pascal Perceval de leiding over eersteklas wijngaarden in de buurt van het domaine dichtbij het Saint André meertje en in het Chautagne-gebied aan de oevers van het Lac du Bourget. Dat is op een steenworp van Chambéry; waar u langsrijdt op weg naar Val d’Isère/Tignes, Courchevel, Les Alpes, La Plagne, Valmorel, etc.etc. Ongeveer dertig hectare liggen in de Savoie-slenk, Chautagne en Jongieux. De kern echter zijn de percelen van Les Marches, Apremont, Abymes, Chapereillan, Barby, les Molettes, en Chignin tegen de natuurgebieden van La Chartreuse (zie kaartje beneden) en van het massief des Bauges, allen in de buurt van Chambéry. Op de bergflanken (300-600m boven zeespiegel) is de grond uiteraard zéér stenig, met een klei/kalksteenmengsel. Door de ligging bij de bergmeren is het weer nog redelijk gelijkmatig met veel zon, met zowel continentale en mediterrane weersinvloeden. Winters met 100 vorstdagen (sneeuw en ijs) zijn niet ongewoon, maar de Westenwind brengt niet alleen vochtigheid (1000-1200mm regen per jaar) maar ook stabiele temperaturen. Er zijn zo’n 1875 tot 2000 zon-uren per jaar.
In dit prachtige landschap zijn zijn stokken gemiddeld 30 jaar, op sommige stukjes zelfs meer dan 80 jaar. Op het terroir waar ooit de Granier-berg een enorme verzakking had, ten Zuiden van Chambéry, wordt met zoveel redelijkerwijs mogelijk traditionele methoden gewerkt.

De oogst is handmatig en het wijnmaken gebeurt gericht op het behoud van bijzondere smaken en ronde tanninnes.

Maar …
Experimenteren is ook van alle tijden.
Ieder jaar worden eind december een strenge selectie van reeds bevroren druiven hand-geoogst, om vijf uur ’s ochtends. Na persen, vergisten op zeer lage temperatuur en een klein beetje rijpen worden de tanks met een helikopter het Mont Blanc-massief opgetild. Daar, bij de Refuge des Cosmiques op 3613 meter, naast de Aiguille du Midi op de graat van de Mont Blanc zelf, wordt de wijn ingegraven en bevroren. Na vijf tot dertig dagen wordt de wijn opgepikt en op het domaine in het dal verder op vat gerijpt. Door continu toezicht op het wijnmaken om direct in te kunnen grijpen als er iets mis dreigt te gaan en door dit ‘natuurlijke’ vriesdroogproces, resulteert een bevroren massa die zo’n 50 tot 70 procent water verliest (uitvriest) waardoor het resultaat een natuurlijk concentraat is.
De resulterende wijn is slechts lichtzoet, met vooral veel zachte honing en stevige vijg en mimosa in de smaak die niet alleen bij fraaie (niet alleen maar zoete) desserts past, maar ook bij echte natuurlijke foie gras of zelfs Roquefort.

Een tweede experiment, waarvan de uitkomst nog niet bekend is – het is nog onderweg … – is het afzinken van wijn in het zeer koude, inerte, water van het Meer van Genève bij Evian les Bains (overigens bekend van het lekkere water), niet op 3613 meter boven, maar 100 meter onder zeeniveau. Gewoon, om te zien wat voor effect dat heeft op de wijn. Naar men inschat, gaat de rijping van de wijn vijf keer zo snel maar blijven juist de jongere, vroeg rijpe smaken toch behouden. Dat kan een bijzonder resultaat geven…
Men haalt er in ieder geval de lokale pers mee, zie hier en hier.

Wij leveren van dit wijnhuis een reeks van wijnen waaronder uiteraard de ijswijn in drie varianten en ‘vendange tardive’-wijnen:

Waarschijnlijk werd het oeroude Persan-ras geïntroduceerd tijdens de Romeinse bezetting. De druif groeide in die tijd weelderig langs de Isère. In Valle di Susa, een vallei in het westelijke deel van Piemonte, is het ras nog steeds te vinden onder de benaming Becuèt. Gedurende heel lange tijd was het de belangrijkste druif in de Franse Vallée de l’Arc, in de Savoie. Enkele schrijvers uit de 19de eeuw vergelijken de druif zelfs met syrah uit Hermitage. De 201 ha van in 1958 daalde tot amper 3 ha in 1994. De ‘Pers’ is echter aan het heropbloeien, dankzij een twaalftal domeinen die de druif opnieuw hebben aangeplant.
Persan is een moeilijke plant. De druif ontbot zeer vroeg maar komt pas laat tot volle rijpheid, zowat 20 dagen na chasselas. De bladeren zijn rond met drie lobben, donkergroen gekleurd, en hebben een gemiddelde grootte. De trossen zijn compact en conisch-cilindrisch. De bes is ovaal met een donkerblauwe en eerder dunne schil, goed resistent, maar wel met het risico op verbleken en verleppen bij volle rijpheid. De pulp is sappig met een bittertje. Het ras is gevoelig voor oidium (echte meeldauw) en mildiou (valse meeldauw) maar biedt daarentegen stevig weerstand aan waterstress. De druif gedijt prima in een kalkachtige bodem op goed georiënteerde hellingen.